Meertaligheid in de klas: wat betekent dat voor leerlingen?
Wil je hulp bij het lezen van dit artikel? Gebruik hiervoor de leeshulpknoppen hierboven.
Stel je voor: je zit in de klas en naast je hoor je kinderen een taal spreken die je niet begrijpt. De leerkracht legt iets uit in het Nederlands, maar tijdens het samenwerken schakelen leerlingen over op Turks, Arabisch, Pools, Fries of een andere taal. Is dat een probleem? Of helpt het kinderen juist om beter te leren?
Sinds dit schooljaar krijgt de thuistaal van leerlingen meer ruimte in het Nederlandse onderwijs. De Onderwijsraad moedigt scholen aan om ruimte te maken voor de thuistaal van leerlingen. Dit betekent niet dat de lessen in allerlei talen worden gegeven. Het idee is dat kinderen hun thuistaal kunnen gebruiken als hulpmiddel om het Nederlands en de lesstof beter te begrijpen. Maar wat betekent die verandering in de praktijk? En wordt leren hiermee voor alle kinderen makkelijker?
Waarom je thuistaal in het onderwijs helpend is
Een kind dat thuis vooral Turks spreekt, kan bijvoorbeeld goed begrijpen hoe je sommen maakt. Tegelijkertijd kunnen ze de Nederlandse uitleg daarvoor nog lastig vinden. Als kinderen eerst in hun eigen taal over de opdracht mogen praten, kunnen ze soms makkelijker begrijpen wat de bedoeling is. Daarna kunnen ze oefenen om de oplossing in het Nederlands uit te leggen. Want iets niet goed in het Nederlands kunnen uitleggen, betekent niet automatisch dat je iets niet begrijpt.
De Onderwijsraad denkt daarom dat het gebruik van thuistalen kan helpen bij het leren van en in het Nederlands. Het kan kinderen ook meer zelfvertrouwen geven en ervoor zorgen dat ze actiever meedoen in de les. Bovendien kan een goede basis in de thuistaal helpen bij het leren van Nederlands. Dat vraagt ook om een andere kijk op taal. Een kind dat meerdere talen spreekt, heeft niet automatisch een achterstand. Het heeft juist extra kennis die het in de klas kan gebruiken.
Maar begrijpt iedereen elkaar nog?
Toch is er ook een andere kant. Wat als een groepje leerlingen tijdens de les een taal spreekt die de docent niet verstaat? Begrijpen ze de opdracht nog wel? Hebben ze het over de lesstof, of over iets heel anders? Docent Nederlands Thomas Hendriks noemt het een trend. Hendriks: "Steeds wordt er door de Onderwijsraad iets naar voren geschoven als zijnde een nieuw, fris idee waar ik mee aan de slag moet. Voor mij komt het over als een gril, het is een trend. En ondertussen wordt de groep jongeren die als analfabeet van school komt steeds groter. Komt nog bij dat ook dit weer op het bordje van de leraar terechtkomt. Hoe moeten we dit nou weer doen?" Ook geeft hij aan dat hij neemt weet waar de kinderen over praten. Een Marokkaanse jonge gaf bijvoorbeeld toe dat ze het over hem hebben en niet over de lesstof.
En hoe zit het met kinderen die thuis Nederlands spreken?
Ook voor Nederlandstalige kinderen kan een meertalige klas iets veranderen. Als klasgenoten tijdens een opdracht een taal gebruiken die zij niet verstaan, kunnen Nederlandstalige kinderen zich buitengesloten voelen. Of ze vragen zich af waar het gesprek over gaat. Dat is ook heel menselijk: je wilt erbij horen en als je samenwerkt, wil je natuurlijk begrijpen wat er gezegd wordt. Tegelijkertijd biedt een meertalige klas kansen om kennis te maken met andere talen en culturen. Kinderen kunnen ontdekken dat een woord in de ene taal lijkt op een woord in de andere taal, of dat mensen dezelfde dingen op verschillende manieren zeggen. Volgens Nuffic kan aandacht voor meertaligheid het taalbewustzijn van alle leerlingen vergroten en bijdragen aan een positievere houding tegenover andere talen.
Het betekent dus niet dat andere talen geen plek in de klas mogen hebben, maar het laat wel zien dat het belangrijk is om goede afspraken te maken. Wanneer helpt het gebruik van de thuistaal bij het leren? En wanneer is het juist belangrijk dat iedereen elkaar kan verstaan? Een thuistaal benutten om moeilijke stof te bespreken, is iets anders dan een klasgenoot structureel buitensluiten van een gesprek.
Elk kind moet mee kunnen doen
Misschien ligt de oplossing niet in de keuze tussen alleen Nederlands of alle talen door elkaar. Het gaat erom dat scholen bewust omgaan met de talen die leerlingen meebrengen. Bij een moeilijke opdracht kan het helpen om eerst in de thuistaal te overleggen. Bij een presentatie in het Nederlands is het bijvoorbeeld belangrijk om de Nederlandse woorden te oefenen. En bij groepswerk moet iedereen kunnen begrijpen wat er gebeurt en een bijdrage kunnen leveren.
Uiteindelijk gaat het er niet alleen om welke taal een kind spreekt, maar ook of het de taal goed genoeg begrijpt om mee te kunnen doen. Dat is belangrijk in de klas, maar ook daarbuiten. Want moeite hebben met taal kan grote gevolgen hebben. Wie moeite heeft met lezen en schrijven, kan bijvoorbeeld belangrijke informatie missen of moeite hebben om formulieren in te vullen. Ook op school kan een taalbarrière ervoor zorgen dat een kind niet goed laat zien wat het al weet.
Taal begrijpen is meer dan Nederlands spreken
Daarom is het belangrijk om niet alleen aandacht te hebben voor de taal die kinderen spreken, maar ook voor de begrijpelijkheid van de informatie die ze krijgen. Want iedereen verdient de kans om mee te doen, ongeacht welke taal je thuis spreekt of hoe goed je Nederlands al is.
Bij Tolkie zetten we ons dagelijks in voor begrijpelijke communicatie, zodat ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven informatie beter kunnen begrijpen en gebruiken. De Tolkie Leeshulp helpt bijvoorbeeld om teksten begrijpelijker te maken voor iedereen. Mensen kunnen moeilijke woorden laten uitleggen, teksten laten voorlezen of vertalen, of een simpele versie bekijken. Ook binnen het onderwijs kan dit helpen om leerlingen de lesstof beter te laten begrijpen, ongeacht hun taalniveau.
Ben je benieuwd hoe dit in de praktijk werkt? Neem dan eens contact met ons op of plan een gratis demo in.