Direct naar inhoud
    Welke pagina's moet jij nog herschrijven om je site helemaal B1 te maken? Ontdek het met onze gratis scan
    Terug naar blog
    Blog9 oktober 20265 minuten lezen

    Laaggeletterdheid herkennen is één ding. Maar wat doe je daarna?

    Wil je hulp bij het lezen van dit artikel? Gebruik hiervoor de leeshulpknoppen hierboven.

    Tijdens de Week van Lezen en Schrijven werd het weer duidelijk: laaggeletterdheid is dichterbij dan je denkt. En dat is misschien ook niet zo gek als ongeveer 1 op de 5 volwassenen moeite heeft met lezen en schrijven en ook steeds meer jongeren hiermee te maken hebben. Toch zien we het vaak niet. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven zijn namelijk vaak ontzettend goed in het verbergen ervan. Met slimme trucjes, smoesjes of door situaties waarin lezen en schrijven nodig zijn zoveel mogelijk te vermijden.

    We hebben het al eens gehad over hoe je laaggeletterdheid kunt herkennen. Maar wat doe je als je ontdekt dat iemand moeite heeft met lezen en schrijven? Als collega, familielid, vriend(in) of organisatie? Wat zeg je als iemand eindelijk de moed verzamelt om het aan jou te vertellen? En hoe help je iemand zonder meteen alles over te nemen?

    “Ik heb moeite met lezen en schrijven”

    Voor iemand die moeite heeft met lezen en schrijven, kan het een grote stap zijn om dit toe te geven. Veel mensen hebben jarenlang manieren gevonden om hun moeite te verbergen. Ze vragen iemand anders om een formulier in te vullen, zeggen dat ze hun bril zijn vergeten of laten een brief gewoon liggen. Dus als iemand uiteindelijk tegen jou zegt: “Ik heb moeite met lezen en schrijven”, is dat best een bijzonder moment.

    Begin niet meteen met een oplossing

    Als we ontdekken dat iemand moeite heeft met lezen en schrijven, schieten we misschien al snel in de helpende rol. Soms willen we zo graag een probleem oplossen dat we vergeten eerst te vragen wat iemand zelf nodig heeft. Iemand die moeite heeft met lezen en schrijven weet vaak heel goed waar hij of zij tegenaan loopt. Soms wil diegene vooral even vertellen hoe lastig het is en verlangen ze naar iets anders: herkenning, een luisterend oor, verbinding. Gewoon iemand die zegt: “Dankjewel dat je dit met me deelt”. Dit kan dan al veel betekenen. En vraag vervolgens bijvoorbeeld:
    “Waar loop je tegenaan?”
    “Waar kan ik je bij helpen?”
    “Wat zou voor jou makkelijker zijn?”

    Door eerst te vragen, houd je de regie bij de ander. Dat betekent natuurlijk niet dat je vervolgens niets hoeft te doen. Juist door te luisteren, ontdek je welke praktische hulp iemand nodig heeft en hoe je die het beste kunt bieden.

    Als collega: maak hulp normaal

    Stel dat een collega je vertelt dat lezen en schrijven lastig voor hem of haar is. Dan hoef je daar geen groot moment van te maken. Kijk samen naar een ingewikkelde tekst, leg iets uit als dat nodig is of spreek af dat iemand je altijd mag vragen om even mee te kijken. Maar kijk ook verder in de organisatie. Kunnen jullie formulieren eenvoudiger? Zijn interne mails onnodig ingewikkeld? Gebruiken jullie veel afkortingen en vaktaal? Zo maak je hulp onderdeel van een normale werkomgeving, in plaats van iets waar iemand zich telkens voor moet schamen.

    Als familielid of vriend(in): neem niet alles over

    Ook thuis kan het verleidelijk zijn om alles uit handen te nemen. Jij leest de post wel, vult het formulier wel in en regelt de afspraak wel. Dat kan tijdelijk heel fijn zijn, maar iemand wordt daarmee niet automatisch zelfstandiger. Kijk daarom samen wat iemand zelf kan en wil doen. Misschien kun je een brief samen doornemen, moeilijke woorden uitleggen of een digitale handeling een paar keer samen oefenen. Helpen betekent niet altijd dat je iets overneemt. Soms betekent het juist dat je iemand helpt om het zelf te kunnen doen.

    Als organisatie: wacht niet tot iemand het vertelt

    Misschien ligt hier wel de belangrijkste stap. Als organisatie hoef je namelijk niet te weten wie moeite heeft met lezen en schrijven. Je kunt er ook gewoon voor zorgen dat je communicatie voor zoveel mogelijk mensen begrijpelijk is. Vooral in werkomgevingen waar veel met de handen wordt gewerkt, is het niet altijd zichtbaar dat iemand moeite heeft met lezen en schrijven. Iemand kan zijn werk prima uitvoeren, maar toch moeite hebben met schriftelijke instructies, formulieren of werkprocedures. Juist dan is begrijpelijke communicatie belangrijk, bijvoorbeeld bij veiligheidsinstructies. Iedereen moet immers kunnen begrijpen welke risico’s er zijn en hoe je veilig werkt. Gebruik daarom duidelijke woorden, maak instructies concreet en houd zinnen overzichtelijk. Geef informatie stap voor stap en test je teksten bij de mensen voor wie je ze schrijft. En misschien is dat wel het mooiste doel: ervoor zorgen dat iedereen informatie zelfstandig kan begrijpen en veilig kan handelen, zonder eerst om hulp te hoeven vragen.

    Van iemand helpen naar de omgeving aanpassen

    Laaggeletterdheid herkennen is dus maar het begin. Natuurlijk kunnen we iemand helpen wanneer lezen en schrijven moeilijk is. Maar we kunnen ook kijken naar onze eigen rol.
    Als collega: hoe kan ik helpen?
    Als familielid: wat kan ik samen met iemand doen?
    Als organisatie: wat kunnen wij anders doen?

    Uiteindelijk hoeft niet iedereen die moeite heeft met lezen en schrijven zich bekend te maken voordat informatie voor hem of haar toegankelijk wordt. Misschien begint echte inclusieve communicatie wel daar: bij een omgeving waarin iemand niet eerst hoeft te vertellen wat hij niet kan, voordat wij onze communicatie begrijpelijk maken.

    Tolkie helpt organisaties om die stap te zetten. Bijvoorbeeld met Tolkie Leeshulp, waarmee teksten begrijpelijker worden . Of met Tolkie Gebruikersonderzoek, waarmee je ontdekt waar mensen in je communicatie tegenaan lopen. Ben je benieuwd hoe dit in de praktijk werkt? Neem dan contact met ons op of plan een gratis demo in.

    Laura Jansen schreef dit artikel.