Digitale toegankelijkheid is zelf verre van toegankelijk
Een paar jaar geleden liet Tolkie voor het eerst goed onderzoeken hoe toegankelijk onze eigen leeshulp eigenlijk was. Dat was best een logische stap: als je software maakt die mensen helpt om informatie beter te begrijpen, dan moet die software zelf natuurlijk ook goed te gebruiken zijn. Niet alleen voor mensen die makkelijk door een website klikken, maar ook voor iemand die een schermlezer gebruikt, met het toetsenbord navigeert of afhankelijk is van duidelijke knoppen en voorspelbare interacties.
Julia van Proper Access pakte toen die WCAG-audit op. Zo’n audit is altijd een beetje confronterend. Je weet dat het nodig is, maar je weet ook dat er dingen uit komen waar je zelf niet eerder bij stil had gestaan. Soms gaat het om iets technisch. Soms om iets kleins in de interface. Soms om een keuze die ooit heel logisch leek, maar voor een andere gebruiker helemaal niet logisch blijkt te zijn. Dat is precies waarom zo’n onderzoek waardevol is. Je kijkt even niet meer naar je product zoals je het zelf bedacht hebt, maar naar je product zoals iemand anders het moet kunnen gebruiken.
Een goed rapport is nog geen oplossing
Wat toen al opviel, was dat Julia niet alleen bezig was met de vraag of iets wel of niet voldeed aan de richtlijnen. Natuurlijk moest dat ook. Daar is zo’n audit voor. Maar minstens zo belangrijk was de vraag wat een team daarna met de bevindingen kan. Want een toegankelijkheidsrapport kan inhoudelijk helemaal kloppen en toch ingewikkeld blijven voor de mensen die ermee aan de slag moeten. Een ontwikkelaar wil weten waar het probleem precies zit. Een communicatieadviseur wil weten of er iets aan de tekst moet gebeuren. Een projectleider wil snappen wat eerst moet en wat later kan. Als al die informatie verstopt zit in een dik rapport vol verwijzingen naar criteria, dan is de kans groot dat er minder gebeurt dan eigenlijk nodig is.
Dat probleem is niet uniek voor toegankelijkheid. Het gebeurt op veel plekken waar belangrijke informatie wordt opgeschreven door specialisten. De inhoud klopt, maar de lezer moet veel moeite doen om te begrijpen wat die ermee moet. Bij Tolkie zien we dat vaak bij brieven, websites en formulieren van organisaties. Een tekst kan juridisch kloppen en toch onduidelijk zijn. Een pagina kan volledig zijn en toch niet helpen. Een uitleg kan precies zijn en toch te veel vragen oproepen. Bij WCAG-rapporten gebeurt soms iets vergelijkbaars. De bevindingen zijn belangrijk, maar de vertaling naar de praktijk is niet vanzelfsprekend.
De regels zijn zelf niet altijd makkelijk
Daar zit iets interessants in. Digitale toegankelijkheid gaat erover dat websites en digitale diensten voor iedereen bruikbaar zijn. Maar de regels die daarbij horen, zijn zelf vaak behoorlijk moeilijk te gebruiken. Wie voor het eerst in de WCAG duikt, komt al snel terecht in succescriteria, niveaus, uitzonderingen en technische termen. Voor specialisten is dat dagelijkse kost. Voor veel organisaties is het vooral een onderwerp waarvan ze weten dat het belangrijk is, maar waar ze niet altijd grip op krijgen. Zeker nu de European Accessibility Act voor meer aandacht zorgt, voelen steeds meer organisaties dat ze iets moeten met digitale toegankelijkheid. Maar tussen “we moeten hier iets mee” en “we weten precies wat we moeten doen” zit vaak nog een grote stap.
Julia maakt WCAG werkbaar
Julia is zich in de afgelopen jaren juist op die stap gaan richten. Met Proper Access helpt ze organisaties niet alleen om te zien waar toegankelijkheidsproblemen zitten, maar ook om die problemen begrijpelijker en werkbaarder te maken. Dat doet ze onder andere door bevindingen veel concreter te koppelen aan de plek waar het probleem ontstaat. Niet alleen een algemene opmerking in een rapport, maar veel preciezer: dit element, op deze plek, veroorzaakt dit probleem. Daardoor wordt het makkelijker om de bevinding te begrijpen en op te lossen.
Dat klinkt misschien als een praktisch detail, maar in de praktijk maakt het veel uit. Een ontwikkelaar hoeft minder te zoeken. Een webmaster ziet sneller welk onderdeel aandacht nodig heeft. Een organisatie krijgt beter overzicht. En toegankelijkheid wordt minder iets dat alleen in een rapport bestaat, en meer iets waar je stap voor stap aan kunt werken. Dat maakt de inhoud niet minder serieus. Het maakt de inhoud juist beter bruikbaar.
Begrijpelijk is niet hetzelfde als simpel
Voor Tolkie is dat herkenbaar. Begrijpelijke communicatie betekent namelijk niet dat je alles simpel maakt. Sommige onderwerpen zijn ingewikkeld. Bezwaar maken is ingewikkeld. Zorginformatie kan ingewikkeld zijn. Huurregels kunnen ingewikkeld zijn. En WCAG is ook ingewikkeld. Het helpt niet om te doen alsof dat niet zo is. De kunst is om ingewikkelde informatie zo uit te leggen dat iemand ermee verder kan. Soms betekent dat dat je een moeilijk woord laat staan, maar het beter uitlegt. Soms betekent het dat je de volgorde verandert. Soms betekent het dat je laat zien wat iemand eerst moet doen.
Toegankelijkheid en duidelijke taal raken elkaar
Digitale toegankelijkheid en duidelijke taal worden vaak als twee aparte onderwerpen gezien. Dat is begrijpelijk, want ze vragen om andere kennis. Toegankelijkheid gaat vaak over techniek, ontwerp en interactie. Duidelijke taal gaat over woorden, opbouw en uitleg. Toch raken ze elkaar voortdurend. Een formulier kan technisch toegankelijk zijn, maar alsnog moeilijk te begrijpen. Een tekst kan helder geschreven zijn, maar alsnog niet bruikbaar als de knop onduidelijk is of de foutmelding niet goed wordt voorgelezen. Uiteindelijk gaat het in beide gevallen om dezelfde vraag: kan iemand de informatie vinden, begrijpen en gebruiken?
Waarom de samenwerking logisch voelt
Daarom voelt de samenwerking tussen Tolkie en Proper Access logisch. Niet omdat beide organisaties hetzelfde doen, maar omdat de manier van kijken op elkaar lijkt. Proper Access maakt digitale toegankelijkheid concreter voor organisaties die ermee aan de slag moeten. Tolkie helpt organisaties om belangrijke informatie begrijpelijker te maken voor de mensen voor wie die informatie bedoeld is. In beide gevallen begint het niet bij mooie woorden over inclusie, maar bij iets veel praktischer: snapt iemand wat er aan de hand is, en weet iemand wat de volgende stap is?
Dat is misschien ook wel de les die in deze samenwerking zit. Toegankelijkheid gaat niet alleen over voldoen aan regels. En begrijpelijke communicatie gaat niet alleen over makkelijkere woorden. Het gaat erom dat mensen minder vastlopen. Op een website. In een formulier. In een brief. Of zelfs in een rapport dat bedoeld is om een website beter te maken.